| ||||||
|
Elk
metaal kent z’n specifieke eigenschappen. Ook aluminium kent een groot aantal
specifieke eigenschappen welke het materiaal interessant maakt voor technische
toepassingen. Aluminium is een zeer onedel metaal. Toch heeft aluminium een
grote weerstand tegen corrosie. Dat komt omdat aluminium zich bij aanraking met
de lucht onmiddellijk bedekt met een uiterst dun en volkomen doorzichtige
oxidehuid, dat echter zo gesloten is, dat het de directe verdere aantasting van
het metaal kan weerstaan. Als zo’n dunne huid, dat soms maar 0,05 mm dik is, reeds een zekere bescherming biedt, is het begrijpelijk dat een
dikkere oxidelaag nog veel beter beschermt. Anodiseren is het langs elektrochemische weg omzetten van aluminium in aluminiumoxide. Deze oxide is moleculair verbonden met het basismateriaal en resulteert in de best denkbare hechting die mogelijk is. Er zijn veel verschillende anodiseerprocessen. Meestal op basis van zwavelvuur. Ook zijn er processen op basis van chroom- en fosforzuur. Door het veranderen van de procesparameters kunnen de eigenschappen van een anodiseerlaag worden beïnvloed. Zo zal het verlagen van de temperatuur van het elektrolyt resulteren in harde slijtvaste lagen
Zwavelzuuranodiseerlagen zijn doorschijnend en fouten (onregelmatigheden) in het oppervlak blijft men zien. Voor een goed resultaat is het noodzakelijk het aluminium met zorg te behandelen om beschadigingen tijdens bewerkingen te voorkomen. Schuif het materiaal niet over elkaar heen, scheidt bij het stapelen de profielen door stukjes hardboard, verwijder na een bewerking met zorg alle spanen, Zorg voor een schoon, niet-krassend oppervlak van de werkbanken, Zorg voor scherp gereedschap. Het
proces
Door de inwerking van zwavelzuur ontstaat in de oxidelaag een groot
aantal fijne poriën. Deze poriën zuigen zich vol met verdund zwavelzuur en
kunnen daardoor de elektrische stroom geleiden. Hierdoor kunnen dikke
anodiseerlagen worden opgebouwd (bij normaal anodiseren tot circa 30 mm,
bij speciale anodiseerprocessen, zoals hardanodiseren, tot 100 mm
(en in bijzondere gevallen tot 300 mm).
De hardheid van de laag is
vooral afhankelijk van het aantal en de afmetingen van de poriën die erin
voorkomen. Door toepassing van computergestuurde transformatoren in combinatie
met en aangepaste elektrolyt kunnen anodiseerlagen worden gevormd met een
hardheid, hoger dan die van gehard staal. Anodiseerlagen met een groter
percentage aan poriën zijn vooral geschikt om te worden nagekleurd met donkere
kleuren. Dunne, harde anodiseerlagen kunnen dienst doen op gepolijste
werkstukken, omdat de glans bij deze lagen goed behouden blijft. Na het anodiseren moet
zorgvuldig en langdurig worden gespoeld om alle zwavelzuurresten uit de poriën
van de anodiseerlaag te verwijderen. Nieuwe technieken maken het mogelijk de
spoeltijd aanzienlijk in te korten. Hield men een aantal jaren geleden de
spoeltijd gelijk aan de anodiseertijd, tegenwoordig kan door voorneutraliseren
of getrapt spoelen, in kortere tijd een beter resultaat worden verkregen. Sealen
Sealen is een uiterst
belangrijke bewerking van anodiseerlagen, die ten doel heeft de poriën in de
laag te sluiten. De sealbewerking is dus naast het anodiseren bepalend voor de
kwaliteit van de anodiseerlaag want:
Na
het anodiseren Na het anodiseren
zal het aluminium nog steeds met zorg moeten worden behandeld. De harde,
stoot en krasvaste laag is ondanks de gunstige eigenschappen niet bestand tegen
deuken, buigen en agressieve chemicaliën. Door het buigen van het profiel zal
de veel brossere anodiseerlaag scheuren vertonen.
|