Home

 

Over time

 

Diensten

 

Projecten

 

Referenties

 

Nieuwsbrieven

 

Contact

 

Routebeschrijving

 

Inloggen

 

Disclaimer

 

 

 

 
 

 

 

 

Elk metaal kent z’n specifieke eigenschappen. Ook aluminium kent een groot aantal specifieke eigenschappen welke het materiaal interessant maakt voor technische toepassingen. Aluminium is een zeer onedel metaal. Toch heeft aluminium een grote weerstand tegen corrosie. Dat komt omdat aluminium zich bij aanraking met de lucht onmiddellijk bedekt met een uiterst dun en volkomen doorzichtige oxidehuid, dat echter zo gesloten is, dat het de directe verdere aantasting van het metaal kan weerstaan. Als zo’n dunne huid, dat soms maar 0,05 mm dik is, reeds een zekere bescherming biedt, is het begrijpelijk dat een dikkere oxidelaag nog veel beter beschermt. Dit is mogelijk door het anodiseren van aluminium.

Anodiseren is het langs elektrochemische weg omzetten van aluminium in aluminiumoxide. Deze oxide is moleculair verbonden met het basismateriaal en resulteert in de best denkbare hechting die mogelijk is. Er zijn veel verschillende anodiseerprocessen. Meestal op basis van zwavelvuur. Ook zijn er processen op basis van chroom- en fosforzuur. Door het veranderen van de procesparameters kunnen de eigenschappen van een anodiseerlaag worden beïnvloed. Zo zal het verlagen van de temperatuur van het elektrolyt resulteren in harde slijtvaste lagen

  Aluminium wordt geanodiseerd, omdat deze anodiseerlagen:

  • Mooi zijn en ook blijven (mits er onderhoud wordt gepleegd)

  • De corrosieweerstand verhogen

  • De slijtvastheid verhogen, hardheden realiseerbaar hoger dan glas.

  • Van allerlei kleuren kunnen worden voorzien

  • Elektrisch isolerend zijn.

Zwavelzuuranodiseerlagen zijn doorschijnend en fouten (onregelmatigheden) in het oppervlak blijft men zien. Voor een goed resultaat is het noodzakelijk het aluminium met zorg te behandelen om beschadigingen tijdens bewerkingen te voorkomen. Schuif het materiaal niet over elkaar heen, scheidt bij het stapelen de profielen door stukjes hardboard, verwijder na een bewerking met zorg alle spanen, Zorg voor een schoon, niet-krassend oppervlak van de werkbanken, Zorg voor scherp gereedschap.

Het proces anodiseren is een elektrochemische bewerking. Dat houdt in dat aluminium in een chemisch bad wordt behandeld door de inwerking van elektrische gelijkstroom. Het bad bestaat meestal uit verdund zwavelzuur, vaak met een toevoeging van oxaalzuur. Het aluminium voorwerp wordt daarbij met de anode  van de stroombron verbonden, vandaar ook de naam. Het bad vormt de kathode. Door de inwerking van de elektriciteit op het bad ontwikkelt zich aan het werkstukoppervlak zuurstof. Deze zuurstof ontstaat in de vorm van vrije atomen, die zeer actief zijn. Doordat de zuurstof met het aluminium een verbinding aangaat wordt een oxidelaag opgebouwd die 400 à 500 maal dikker is dan de natuurlijke oxidefilm, die zich aan de lucht vormt.

Door de inwerking van zwavelzuur ontstaat in de oxidelaag een groot aantal fijne poriën. Deze poriën zuigen zich vol met verdund zwavelzuur en kunnen daardoor de elektrische stroom geleiden. Hierdoor kunnen dikke anodiseerlagen worden opgebouwd (bij normaal anodiseren tot circa 30 mm, bij speciale anodiseerprocessen, zoals hardanodiseren, tot 100 mm (en in bijzondere gevallen tot 300 mm).
De procesomstandigheden die een rol spelen, zijn temperatuur, stroomdichtheid, stroomsoort (wisselstroom, gelijkstroom, pulserene stroom), zuurgehalte en behandelingstijd.

  • De temperatuur is belangrijk voor de kwaliteit van de anodiseerlaag, de dichtheid en de hardheid.

  • De stroomdichtheid beïnvloedt primair de doorschijnendheid en de inkleurbaarheid van de laag.

  • De behandelingstijd bepaalt de dikte van de anodiseerlaag.

Eigenschappen van de anodiseerlaag zijn ook afhankelijk van de samenstelling van het anodiseerbad, die tijdens het anodiseren langzaam veranderd.

De hardheid van de laag is vooral afhankelijk van het aantal en de afmetingen van de poriën die erin voorkomen. Door toepassing van computergestuurde transformatoren in combinatie met en aangepaste elektrolyt kunnen anodiseerlagen worden gevormd met een hardheid, hoger dan die van gehard staal. Anodiseerlagen met een groter percentage aan poriën zijn vooral geschikt om te worden nagekleurd met donkere kleuren. Dunne, harde anodiseerlagen kunnen dienst doen op gepolijste werkstukken, omdat de glans bij deze lagen goed behouden blijft.

Na het anodiseren moet zorgvuldig en langdurig worden gespoeld om alle zwavelzuurresten uit de poriën van de anodiseerlaag te verwijderen. Nieuwe technieken maken het mogelijk de spoeltijd aanzienlijk in te korten. Hield men een aantal jaren geleden de spoeltijd gelijk aan de anodiseertijd, tegenwoordig kan door voorneutraliseren of getrapt spoelen, in kortere tijd een beter resultaat worden verkregen.
Spoelt men niet goed, dan zal na verloop van tijd corrosie of ‘blooming’ optreden.

Sealen

Sealen is een uiterst belangrijke bewerking van anodiseerlagen, die ten doel heeft de poriën in de laag te sluiten. De sealbewerking is dus naast het anodiseren bepalend voor de kwaliteit van de anodiseerlaag want:

  • De corrosieweerstand wordt opgevoerd, door sluiting van de poriën

  • Vuilopname wordt voorkomen

  • Uitwassen van kleurstoffen uit de poriën wordt voorkomen.

Meestal sealt men in heet water of stoom (hydratatiesealing). Bij gekleurd aluminium voert men een aangepaste sealing toe om het ‘uitbloeden’ van de in de porie aangebrachte kleurstof in het sealbad te voorkomen. Naast het warmsealen bestaat de mogelijkheid tot koudsealen. Maar om milieu technische redenen wordt deze methode nauwelijks toegepast.

Na het anodiseren

Na het anodiseren  zal het aluminium nog steeds met zorg moeten worden behandeld. De harde, stoot en krasvaste laag is ondanks de gunstige eigenschappen niet bestand tegen deuken, buigen en agressieve chemicaliën. Door het buigen van het profiel zal de veel brossere anodiseerlaag scheuren vertonen.
Geanodiseerd aluminium dat in aanraking komt met cement zal op die plekken witte vlekken vertonen.
Als staalspanen gaan roesten op een geanodiseerd oppervlak, zal dit niet verwijderbare roestvlekken geven. Roest en aluminiumoxide hebben namelijk een overeenkomstige kristalstructuur.