| ||||||
|
Overzicht van de
belangrijkste verlichtingstermen Licht en straling Men definieert licht als de elektromagnetische straling die het menselijke oog waarneemt, met andere woorden :het zichtbare gedeelte van het spectrum. Dit is de straling tussen 360 en 830 nm, een uiterst kleine fractie van het totale spectrum van de elektromagnetische straling. top Lichtstroom F ![]() Eenheid: lumen [lm] Alle stralingsenergie die door een lichtbron wordt afgegeven en door het oog wordt waargenomen is de lichtstroom F. top Lichtsterkte I ![]() Pooldiagram Eenheid: candela [cd] Algemeen gezien geeft een lichtbron haar lichtstroom F af in verschillende richtingen en met verschillende sterktes. De zichtbare straling in een bepaalde richting heet de lichtsterkte I. top Verlichtingssterkte E ![]() Eenheid: lux [lx] De verlichtingssterkte is de lichtstroom per oppervlakte. Een verlichtingssterkte van 1lux ontstaat wanneer een lichtstroom van 1 lm gelijkmatig verdeeld is over een oppervlakte van 1 vierkante meter. top Luminantie L ![]() Luminantie L Luminantie L Eenheid: candela per vierkante meter. De luminantie L van een lichtbron of een verlicht oppervlak drukt uit hoe sterk de indruk van helderheid is die het oog waarneemt. top Specifieke lichtstroom h Eenheid: lumen per watt [lm/W] De specifieke lichtstroom drukt de efficiëntie uit waarmee de elektrische stroom in licht wordt omgezet. top Kleurtemperatuur ![]() Kleurkwaliteitsdiagram voor DIN 5033 Eenheid: Kelvin [K] De kleurtemperatuur van een lichtbron wordt gedefinieerd in vergelijking met een "zwart stralingslichaam" en uitgezet op de "kromme van Plank". Hoe hoger de temperatuur van het zwarte stralingslichaam, hoe groter de blauwe component in het spectrum en hoe kleiner de rode component. Zo heeft een gloeilamp met warm wit licht een kleurtemperatuur van 2.700 K, terwijl een daglicht-fluorescentielamp een kleurtemperatuur heeft van 6.000 K. Kleurkwaliteitsdiagram,
ware grote Lichtkleur ![]() Kleurkwaliteitsdiagram met de constante van Planck De lichtkleur van een lamp kan nauwkeurig worden gedefinieerd in termen van kleurtemperatuur. Hier bestaan drie hoofdcategorieën: Warm < 3.300 K Tussenliggend 3.300 tot 5000 K Daglicht > 5.000 K Lampen met dezelfde lichtkleur kunnen als gevolg van het spectrum van hun licht sterk verschillende kleurweergave-eigenschappen hebben. Kleurkwaliteitsdiagram met de constante van Planck, ware grote top Kleurweergave ![]() Daglichtspectrum van een BIOLUX fluorescentielamp. De straling wordt zeer gelijkmatig over het volledige zichtbare assortiment verspreid. Als regel moet kunstlicht het menselijke oog de mogelijkheid geven om kleuren correct te zien, zoals in gewoon daglicht. Dit hangt uiteraard in zekere mate af van de plaats en het doel waarvoor licht vereist is. Het criterium is hier de kleurweergave door de lichtbron. Ze wordt uitgedrukt als een "algemene kleurweergave-index" (Ra). De kleurweergave-index meet de overeenkomst tussen de kleur van een object (zoals dit door het oog wordt waargenomen) en die van een referentie-lichtbron. Om de Ra-waarden te bepalen, definieert men acht testkleuren en verlicht men ze met de referentielichtbron en de geteste lichtbron. Hoe kleiner de afwijking, hoe beter de kleurweergave van de geteste lamp. Een lichtbron met een Ra-waarde van 100 toont alle kleuren precies zoals ze bij de referentie-lichtbron zichtbaar zijn. Hoe lager de Ra-waarde, hoe slechter de kleuren worden weergegeven. top Armatuurrendement Armatuurrendement is een belangrijk criterium voor de beoordeling van de energie-efficiëntie van een armatuur. Het is de verhouding tussen de lichtstroom die door de armatuur wordt afgegeven en de lichtstroom van de lamp of lampen van de armatuur. top Voor gedetaileerde informatie over kunstlicht en binnenverlichting, zie DIN 5035.
Bron: Osram
|